Rik en zijn eerste hike
Jonge Woudlopers – Avontuur 3
Een onverwacht telefoontje
Het was zaterdagochtend. Rik zat aan de keukentafel en bladerde door zijn Woudloperslogboek. Op de eerste bladzijden stonden zijn ontdekkingen uit het park: een tekening van een oude boom, een paar paddenstoelen en een vogel die hij had horen tikken. Hij had er nog steeds plezier in dat hij tijdens een gewone wandeling zoveel dingen had ontdekt.
Plotseling ging zijn telefoon. ‘Goedemorgen, jonge Woudloper!’ klonk een bekende stem.
‘Hoi opa!’
‘Heb je vandaag nog iets bijzonders te doen?’
‘Niet echt. Hoezo?’
‘Mooi. Dan gaan we vandaag op expeditie.’
Rik ging meteen rechtop zitten. ‘Expeditie? Waarheen?’
‘Naar de Kennemerduinen. Een paar uur wandelen, een beetje rondkijken en misschien ontdekken we nog iets bijzonders.’
‘Gaaf! Hoe laat?’
‘Over een uur kom ik je ophalen. Maar ik heb wel een opdracht voor je.’
‘Wat dan?’
‘Pak zelf een kleine rugzak in met alles waarvan jij denkt dat je het nodig hebt voor een wandeling van een paar uur.’
‘Mag ik mijn kompas meenemen?’
‘Natuurlijk. Maar denk ook aan de andere spullen. En Rik?’
‘Ja, opa?’
‘We gaan wandelen, hè. Niet verhuizen!’
Rik lachte. ‘Komt goed, opa!’
Wat neem je mee op avontuur?
Rik rende naar boven en trok zijn kast open. Hij pakte een rugzak die hij normaal voor school gebruikte. Wat zou hij allemaal nodig hebben? Zijn kompas natuurlijk. En zijn logboek met een potlood. Misschien een zaklamp, voor het geval ze in het donker verdwaalden. Een stuk touw kon ook handig zijn. En een zakmes? Je wist maar nooit!

Hij legde alles op zijn bed. Daarna pakte hij een dikke trui, een regenjas, een extra paar sokken en een grote fles water. Uit de keuken haalde hij twee boterhammen, een appel en een pak koekjes. Toen hij alles in zijn rugzak probeerde te stoppen, bleek die behoorlijk vol. Hij keek er tevreden naar.
Zo. Goed voorbereid!
Een uur later ging de deurbel. Opa stond voor de deur. Hij droeg zijn oude wandeljas, stevige schoenen en een kleine rugzak. Op zijn hoofd stond een wat versleten bruine hoed met vier deuken. Rik keek er verbaasd naar.
‘Wat heb jij nou op je hoofd, opa?’
‘Mijn oude padvindershoed.’
‘Waarom zitten daar vier deuken in?’
Opa grijnsde. ‘Mijn hoed, die had vier deuken, vier deuken had mijn hoed…’
‘Opa!’ riep Rik lachend. ‘Wat zing jij nou?’
‘Een oud padvindersliedje. Deze hoed was vroeger van mijn vader. Die was Hopman bij de padvinderij.’
‘Dus die hoed is nog ouder dan jij?’
‘Voorzichtig, jongeman!’ Opa knipoogde. ‘Maar laat eerst die rugzak eens zien.’
Rik pakte hem trots van de grond. Opa tilde hem op en trok zijn wenkbrauwen omhoog.
‘Zo, Rik. Gaan we een paar uur wandelen of emigreren naar Canada?’
‘Ik wil gewoon goed voorbereid zijn!’
‘Dat is verstandig. Maar goed voorbereid zijn betekent niet dat je alles moet meenemen wat je bezit. Kom, we gaan eens kijken.’
Het geheim van KISS
Samen legden ze de inhoud van de rugzak op tafel. Opa bekeek de zaklamp, het touw en het zakmes.
‘Vertel eens, Rik. Wat ben je van plan met dit touw?’
‘Nou… misschien hebben we het nodig om ergens overheen te klimmen.’
‘En waar zouden we vandaag overheen moeten klimmen?’
Rik haalde zijn schouders op. ‘Weet ik niet.’
‘Precies. We gaan gewoon over de wandelpaden. Dat touw kan dus thuisblijven. Net als het zakmes. Voor onze wandeling hebben we dat niet nodig.’
Opa pakte de boterhammen en de appel. ‘Kijk, dit is wél belangrijk. En je water natuurlijk.’
‘En mijn kompas?’
‘Dat nemen we zeker mee. Vandaag gaan we er ook iets mee oefenen.’
‘En mijn logboek?’
‘Dat mag nooit ontbreken bij een echte Woudloper!’

Rik glimlachte. ‘Maar opa, hoe weet je nou wat je wel en niet moet meenemen?’
Opa ging tegenover hem zitten. ‘Ik heb vroeger in het leger iets geleerd wat ik nog steeds gebruik. Het KISS-principe.’
‘Kus?’
‘Nee, KISS. Dat staat voor Keep It Simple, Stupid.’
Rik begon te lachen. ‘Dus ik moet dom zijn?’
‘Nee, juist niet! Het betekent dat je iets niet ingewikkelder moet maken dan nodig is. Of, zoals ik het liever zeg: houd het eenvoudig.’
Opa wees naar de spullen op tafel. ‘Voor een wandeling van een paar uur heb je helemaal geen dure uitrusting nodig. Een gewone rugzak is prima. Een drinkfles van thuis, wat boterhammen, een regenjack en iets warms als het koud kan worden. En natuurlijk goede schoenen waarin je prettig kunt lopen.’
‘Dus ik hoef niet naar een buitensportwinkel?’
‘Welnee! Je hoeft echt niet meteen de duurste spullen te kopen. Eerst leren wat je nodig hebt en waarom. Als je later vaker en langere tochten gaat maken, kun je altijd nog kijken of je iets beters nodig hebt.’
Opa controleerde de weersverwachting op zijn telefoon. ‘Vandaag blijft het waarschijnlijk droog, maar er kan een buitje vallen. Dus je regenjack gaat mee.’
Hij stopte ook een kleine EHBO-set in zijn eigen rugzak. ‘En ik heb de route bekeken, mijn telefoon opgeladen en thuis verteld waar we gaan wandelen. Dat hoort ook bij een goede voorbereiding.’
Rik keek naar zijn inmiddels veel lichtere rugzak. ‘Dus dit is genoeg?’
‘Voor onze wandeling vandaag wel. En weet je wat het belangrijkste is?’
‘Wat?’
‘Dat je plezier hebt en onderweg goed blijft kijken.’
Op pad in de Kennemerduinen
Even later liepen Rik en opa over een zandpad tussen de bomen. De lucht was fris en tussen de takken scheen de zon. Af en toe hoorden ze vogels fluiten. Verderop veranderde het bos langzaam in een open duinlandschap met lage struiken en wuivend helmgras.
Rik keek nieuwsgierig om zich heen. ‘Opa, waarom noemen ze dit eigenlijk de Kennemerduinen?’
‘Omdat dit duingebied in Kennemerland ligt. De duinen zijn ontstaan door zand dat de wind vanaf de kust landinwaarts heeft geblazen. Door de jaren heen zijn hier heuvels, valleien en bossen ontstaan.’
‘Dus die heuvels zijn eigenlijk door de wind gemaakt?’
‘Voor een belangrijk deel wel. De natuur kan soms heel wat bouwen zonder één steen te gebruiken.’
Rik keek naar de zandheuvels. ‘Dat is eigenlijk best bijzonder.’
‘Dat is het zeker.’
Na een tijdje kwamen ze bij een splitsing. Opa bleef staan en haalde een wandelkaart tevoorschijn. ‘Zo, Rik. Nu mag jij eens kijken.’
‘Waarnaar?’

‘Waar we zijn en welke kant we op moeten.’
Rik bestudeerde de kaart. Hij zag verschillende paden, wat duinmeertjes en een paar herkenningspunten. ‘Volgens mij moeten we links.’
‘Waarom denk je dat?’
‘Omdat dat pad hier ook naar links gaat.’
‘Dat zou kunnen. Maar kijk eens goed naar de bocht die we net hebben gemaakt. En waar ligt dat open duingebied?’
Rik keek om zich heen en daarna opnieuw op de kaart. ‘O, wacht eens… dan staan we hier!’ Hij wees naar een andere plek.
Opa glimlachte. ‘Precies. En nu?’
‘Rechts!
‘Goed gezien.’
Rik haalde trots zijn kompas tevoorschijn. ‘Dan hebben we deze eigenlijk niet nodig?’
‘Niet om ieder pad te kiezen. Maar een kompas kan je helpen om te bepalen waar het noorden ligt en hoe je de kaart moet houden. Dat gaan we een andere keer uitgebreid oefenen.’
Rik stopte het kompas weer veilig weg.
Tijd voor thee
Na ruim een uur wandelen kwamen ze bij een bankje met uitzicht over de duinen. ‘Tijd voor een kleine pauze’, zei opa. Rik zette zijn rugzak neer en haalde zijn boterhammen tevoorschijn. Opa pakte iets uit zijn eigen rugzak. Een groene thermosfles.
‘Ha!’ riep Rik. ‘Daar is-ie weer!’
‘Wat?’
‘Die thermosfles! Die heb je altijd bij je.’
‘Natuurlijk. Een wandeling zonder een kop thee is voor mij geen echte wandeling.’
Opa schonk voorzichtig warme thee in de beker van de thermosfles en zette hem op het bankje. ‘Wil je ook wat?’
‘Graag!’

Rik nam een slokje nadat de thee wat was afgekoeld. Ze zaten een tijdje zwijgend naast elkaar. Voor hen lagen de duinen, met hier en daar een boom en in de verte een open vlakte.
‘Weet je, Rik,’ begon opa, ‘toen ik ongeveer jouw leeftijd had, ging ik ook vaak alleen op avontuur.’
‘Echt?’
‘Jazeker. Ik pakte mijn rugzak, een thermosfles met thee, wat boterhammen en soms een stuk touw. Dan fietste ik ergens naartoe om op ontdekking te gaan.’
‘Wat deed je dan?’
Opa glimlachte. ‘Ik herinner me nog dat er ergens een grote berg zand lag. Voor de meeste mensen was het gewoon een hoop zand. Maar voor mij was het een enorme berg die beklommen moest worden.’
Rik begon te lachen. ‘Een zandberg?’
‘Ja. In mijn fantasie was het een echte expeditie. Toen ik boven was, ging ik zitten en at ik mijn boterhammen op. Ik voelde me alsof ik een bergtop had bereikt.’
Rik keek naar de duinen voor hen. ‘Eigenlijk net als hier.’
‘Precies. Een avontuur hoeft niet ver weg te zijn. Soms heb je alleen een beetje fantasie nodig.’
Rik dacht even na. ‘Dan kan een gewone wandeling dus ook een avontuur zijn.’
‘Dat begint tot je door te dringen, jonge Woudloper.’
Een bijzondere ontdekking
Toen ze verder liepen, zag Rik plotseling iets bewegen tussen de struiken. ‘Opa, kijk!’
Hij wees naar een open plek. Een eindje verderop stonden een paar damherten rustig te grazen. Rik bleef onmiddellijk staan. ‘Wauw!’
Opa legde een vinger tegen zijn lippen. ‘Rustig blijven. We bekijken ze vanaf hier.’
Rik pakte voorzichtig zijn logboek uit zijn rugzak. ‘Mag ik ze tekenen?’
‘Natuurlijk.’

Hij ging op op de grond in het gras zitten en probeerde de vorm van een van de dieren na te tekenen. De poten werden wat te kort en de kop leek eerder op die van een paard. Opa keek over zijn schouder. ‘Een bijzonder dier, Rik.’
‘Het lijkt nergens op!’
‘Dat geeft niet. Je weet straks precies wat je hebt gezien. En als je vaker tekent, word je er vanzelf beter in.’
Rik schreef eronder: Damherten gezien in de Kennemerduinen. Ze stonden rustig te eten. We zijn op afstand gebleven. Daarna maakte hij nog een paar aantekeningen over de wandeling. Hij merkte dat zijn logboek langzaam begon te groeien.
Een echte Woudloper
Toen ze weer bij de auto kwamen, voelde Rik zijn benen een beetje. ‘Poeh, we hebben best een eind gelopen.’
‘Dat hebben we zeker.’
‘Maar het was helemaal niet moeilijk.’
‘Dat komt ook omdat we een wandeling hebben gekozen die bij je past. Je hoeft niet meteen twintig kilometer te lopen om een echte hike te maken.’
Rik keek naar zijn rugzak. ‘En ik had eigenlijk alles bij me wat ik nodig had.’
‘Precies.’
‘Behalve misschien nog wat extra koekjes.’
Opa schoot in de lach. ‘Dat is een belangrijk aandachtspunt voor de volgende expeditie.’
Onderweg naar huis bladerde Rik door zijn logboek. Hij had een route gelopen, op een kaart gekeken, damherten gezien en ontdekt dat je helemaal geen dure spullen nodig had om een mooie dag buiten te beleven.
‘Opa?’
‘Ja, Rik?’
‘Wanneer gaan we weer?’
Opa glimlachte. ‘Dat hangt ervan af. Heb jij je rugzak al klaar?’
‘Bijna!’
‘Bijna?’
‘Ik moet alleen nog koekjes kopen.’
Ze begonnen allebei te lachen.
Die avond schreef Rik in zijn logboek:
Mijn eerste hike in de Kennemerduinen
Vandaag heb ik geleerd dat je voor een avontuur niet heel veel spullen nodig hebt. Je moet vooral goed nadenken over wat je gaat doen, waar je naartoe gaat en wat je onderweg nodig kunt hebben. En dat een thermosfles thee eigenlijk ook best handig is.
Daaronder schreef hij met grote letters:
KISS – Houd het eenvoudig!

Jouw Woudlopersopdracht: pak je eigen rugzak
Rik heeft zijn eerste hike gemaakt. Nu is het jouw beurt om je voor te bereiden op een wandeling! Stel je voor dat je samen met een ouder of begeleider een paar uur gaat wandelen. Wat zou jij meenemen?
Zoek thuis een kleine rugzak en leg de spullen klaar waarvan jij denkt dat je ze nodig hebt.

Denk bijvoorbeeld aan:
- Een drinkfles met water en iets te eten.
- Een regenjack en eventueel een warme trui.
- Je logboek en een potlood.
- Een kaart van het wandelgebied.
- Een paar kleine persoonlijke spullen die je onderweg nodig kunt hebben.
Bespreek samen met een volwassene of je alles hebt en of er misschien ook spullen bij zitten die je niet nodig hebt. Controleer het weer, kies een geschikte route en zorg dat iemand weet waar jullie naartoe gaan.
Onthoud: je hoeft geen dure spullen te hebben om een Woudloper te zijn. Goed nadenken, je voorbereiden en nieuwsgierig blijven zijn veel belangrijker.
Bij dit avontuur hoort een gratis download voor je eigen Woudlopers Handboek: Mijn eerste hike – De rugzak en paklijst.
Weest Paraat!
Wordt vervolgd…




Geef een reactie